FLUISTERINGEN - Verborgen gedachtes


Afl. 3 - Herkenning


Ze weet niet meer wanneer ze hem voor het eerst zag.
Misschien was het al langer geleden dan ze denkt.


Een gezicht in een menigte. Een stem in een ruimte vol stemmen.

Het was op zich niets bijzonders. Niets wat ze had moeten onthouden.


En toch.

Hij is er nog steeds. Ergens in haar.


Als een gevoel dat zich heeft vastgezet, zacht en koppig tegelijk.


Ze vraagt zich af of dat normaal is.

Of andere vrouwen dit ook kennen.


Die stille ruimte waar gedachten wonen die niemand ziet.

Waarschijnlijk wel.

Ze spreken er alleen nooit over.


Vandaag liep ze langs een etalage.

Ze zag zichzelf weerspiegeld in het glas.

Even maar. In een stil moment.


En ze herkende iets. Iets in haar ogen.

Een glinstering die er lang niet was.


“Ben jij dat?” dacht ze.

En ze glimlachte, zacht, bijna verlegen, naar haar eigen spiegelbeeld.


Thuis zette ze muziek op die ze al jaren niet had geluisterd.


Oud. Vertrouwd. Vol herinneringen die ze had weggelegd.


Ze liet het gewoon spelen.


En terwijl de melodie door de kamer bewoog, bewoog er ook iets in haar.


Een herinnering. Vaag, warm, een beetje pijnlijk ook.


Hoe het was om verlangend te zijn?

Niet naar iemand specifiek.

Maar naar dat gevoel zelf. Dat leven in je eigen huid.


Ze had het zo lang niet gevoeld dat ze bijna was vergeten hoe het was.

Ze gaat zitten bij het raam, zoals vaker de laatste tijd.


De avond valt. Het licht verandert.


En ze denkt aan een zin die ze ooit ergens las.

“Je herkent het moment niet altijd meteen. Soms pas achteraf.”


Ze herhaalt het zachtjes in zichzelf.


Want misschien is dit zo’n moment.

Eentje die ze pas later begrijpt.

Als ze terugkijkt op deze stille avonden, deze kleine verschuivingen.


Er is geen grote gebeurtenis.


Geen gesprek dat alles verandert.

Geen keuze die ze bewust maakt.


Alleen dit:

Ze herkent zichzelf weer.

Een deel van zichzelf dat ze had weggestopt, jaren geleden.


Niet omdat ze het niet wilde.

Maar omdat het leven er geen ruimte voor leek te hebben.


Die ruimte is er nu misschien wel.

En ze weet nog niet wat ze ermee doet.

Maar ze laat het bestaan.

Dat is voorlopig genoeg.


Ze ademt langzaam uit.

Haar handen liggen warm in haar schoot.


“Ik ben er nog”, fluistert ze in zichzelf.


En ergens, in die kleine woorden, schuilt alles wat ze de afgelopen weken heeft gevoeld.


Ze is er nog.

En ze begint het te geloven.​​​​​​​​​​​​​​​​


Mede mogelijk gemaakt door 't Jamhuys