FLUISTERINGEN - Verborgen gedachtes
Afl. 6 - Het moment
Het begon als een gewone avond.
Dat is het vreemde.
Geen bijzondere aanleiding. Geen teken.
Alleen zij, de stilte, en de kaars die laag brandde.
Maar iets was anders.
Ze voelde het al bij het opstaan die ochtend.
Een soort spanning in haar borst.
Licht. Aangenaam. Alsof de dag iets in petto had wat ze nog niet kende.
Ze had het genegeerd.
Zoals ze zoveel had genegeerd, al die jaren.
Maar nu niet meer.
Ze had zich die avond anders aangekleed.
Niet voor iemand.
Gewoon… voor zichzelf.
Iets zachts. Iets wat prettig aanvoelde tegen haar huid.
Ze stond even voor de spiegel.
Langer dan normaal.
En keek.
Deze keer niet kritisch, zoals ze altijd had gedaan.
Maar gewoon… kijkend.
Naar de vrouw die terugkeek.
Met haar geschiedenis in haar ogen.
Haar kracht in haar houding.
En iets nieuws, iets warms, net onder de oppervlakte.
“Jij,” dacht ze.
“Eindelijk jij.”
Ze schonk een glas in.
Ging zitten.
Liet de muziek zachtjes spelen.
En toen liet ze het gebeuren.
Wat ze de afgelopen weken had tegenhouden.
Wat ze had gefluisterd maar nooit had toegelaten.
Ze liet haar gedachten gaan.
Helemaal.
Ze stelde zich voor hoe het zou zijn.
Een aanraking die begint als iets onschuldigs.
Een hand die de hare vindt in het donker.
Warmte die zich langzaam verspreidt, van haar vingers naar haar pols, naar haar arm.
Ze voelde het bijna echt.
Haar ademhaling veranderde.
Langzamer. Dieper.
Ze leunde achterover en sloot haar ogen.
En in de ruimte achter haar oogleden schiep ze een wereld.
Alleen voor haar.
Waar niets moest en alles mocht.
Er was een stem. Een zachte klank.
Die iets in haar raakte wat zo lang niet was aangeraakt.
Ze voelde haar eigen hartslag.
In haar keel. In haar polsen.
Overal.
Het was geen angst.
Het was iets wat ze bijna vergeten was.
Verlangen.
Echt, levend, aanwezig verlangen.
Niet vaag en ver weg zoals de afgelopen jaren.
Maar hier. Nu. In haar lichaam. In haar handen. In haar borst.
Ze glimlachte met haar ogen dicht.
Hoe lang ze zo zat weet ze niet.
De kaars was bijna uit toen ze haar ogen opende.
Het glas nog halfvol.
De muziek stil geworden.
Maar zij…
Zij voelde zich anders.
Nee niet losgeslagen of overweldigd.
Maar… volledig.
Alsof een deel van haar dat lang had geslapen eindelijk de ogen had geopend. Zich had uitgerekt.
En zachtjes had gezegd: “Hier ben ik. Ik ben er nog.”
Ze bleef nog lang zitten in het donker.
Met dat warme gevoel om zich heen.
Als een deken die ze zichzelf had gegeven.
En ze dacht aan niets bijzonders.
Geen plannen. Geen vragen. Geen twijfels.
Alleen dit gevoel.
Vasthouden.
Nog even.
“Dit,” dacht ze.
“Dit is wat ik bedoelde.”
Later, in bed, in het donker, vlak voor het slapen…
raakte ze zachtjes haar eigen wang aan.
Een gebaar zo klein dat niemand het ooit zou zien.
Maar zij voelde het.
En ze wist.
Dit was geen einde.
Dit was het begin van alles wat nog mag komen.
Ze sloot haar ogen.
En voor het eerst in jaren sliep ze met een glimlach rond haar mond.
Mede mogelijk gemaakt door 't Jamhuys
