
FLUISTERINGEN - Verborgen gedachtes
Afl. 5 - Op de drempel
Ze weet niet meer hoe lang ze hier al staat.
Op deze plek in zichzelf.
Waar het vertrouwde eindigt en iets nieuws begint.
Het voelt als een deuropening.
Warm licht aan de andere kant.
En zij, met haar hand tegen de deurpost.
Op de grens van binnen en buiten.
De laatste weken zijn anders geweest.
Ze merkt het aan kleine dingen.
Hoe ze ’s ochtends wakker wordt met een gevoel dat ze niet meteen kan benoemen.
Iets tussen onrust of verwachting in.
Alsof haar lichaam iets weet wat haar hoofd nog niet heeft uitgesproken.
Ze legt haar hand op haar hart.
Gewoon even om te voelen dat het klopt.
Aanwezig. Levend.
“Ik ben hier,” zegt het.
“Ik wacht op jou.”
Gisteren keek iemand naar haar.
Het leek op een terloops moment.
En ze keek terug.
Dat had ze eerder niet gedaan.
Eerder had ze als in een reflex snel weggekeken.
Alsof ze geen recht had op die blik.
Maar nu niet.
Ze hield zijn blik even vast.
Een seconde. Misschien twee.
En toen glimlachte ze.
Niet voor hem.
Voor zichzelf.
Omdat ze het durfde.
Thuis zat ze lang in bad.
Het water dampend warm.
De badkamer vol met een zoete bloemige geur.
Ze liet de tijd gewoon bestaan.
Voelde het water om zich heen.
Als een warme omhelzing .
Er was een moment dat ze haar ogen sloot en gewoon… voelde.
Haar eigen ademhaling.
De warmte op haar huid.
Het gewicht van haar eigen lichaam in het water.
Zo aanwezig. Zo echt.
Het was eigenlijk een gewoon moment.
En toch voelde het als iets wat ze zichzelf al lang had onthouden.
Ze denkt aan wat er gaat komen.
Niet met angst. Niet meer.
Maar met iets wat lijkt op ongeduld.
Zacht ongeduld.
Het soort dat je voelt vlak voordat er iets moois begint.
Als je weet dat het eraan komt maar nog niet weet hoe het zal voelen.
En die spanning, dat niet-weten, is op zichzelf al zo voelbaar.
“Nog even,” fluistert ze.
“Nog even en ik weet het.”
De avond valt vroeg.
Ze zit bij de kaars, zoals vaker nu.
Haar wijn onaangeroerd naast haar.
Ze denkt aan het woord drempel.
Hoe je er kunt staan zonder te weten hoe lang al.
Hoe sommige mensen hun hele leven op een drempel blijven staan.
Maar zij… ze voelt dat ze bijna beweegt.
Eén stap.
Eén adem.
Eén moment van durven.
Ze raakt zachtjes haar eigen hand aan.
Vingertoppen over de binnenkant van haar pols.
Zo’n kleine aanraking.
Maar haar huid reageert.
Een warmte. Een tinteling.
Alsof haar lichaam zegt: ja, zo. Precies zo.
Ze houdt haar adem even in.
En dan lacht ze zacht.
Verrast door zichzelf.
Door wat zo’n klein gebaar kan doen.
Ze staat op de drempel.
En voor het eerst voelt die plek niet als wachten.
Het voelt als het begin van iets.
Iets wat van haar is.
Alleen van haar.
En morgen, of overmorgen, of op een avond die ze nog niet kent… zet ze die stap.
“Ik ben er bijna,” denkt ze.
En de nacht om haar heen lijkt het te bevestigen.
Zacht. Onmiskenbaar.
Bijna...
Mede mogelijk gemaakt door 't Jamhuys
