FLUISTERINGEN - Verborgen gedachtes


Afl. 7 - Daarna


De ochtend kwam zachtjes.

Uit zichzelf en zonder haast.


Alleen het licht dat langzaam door de gordijnen schoof en haar wang raakte.


Ze lag stil.

Wilde het gevoel van gisteravond niet verstoren.


Het was nog aanwezig, ergens in haar borst.

Warm. Zacht. Als een vlam die niet meer nodig heeft dan zichzelf.


Ze bewoog nog niet.

Gewoon ademen.

Gewoon zijn.



Later, met koffie aan de keukentafel, keek ze naar buiten. De wereld deed gewoon.

Mensen liepen. Een auto reed voorbij. Een vogel op de vensterbank die even bleef zitten en toen weer weg was.


Allemaal gewoon.


En toch voelde zij zich niet gewoon.

Niet op een opvallende manier.


Niemand zou het zien.

Maar zij wist het.


Er was iets verschoven.

Klein. Definitief.

Zoals een sleutel die eindelijk past in een slot dat ze jaren niet had geprobeerd.


Ze dacht aan de vrouwen om haar heen.

Vriendinnen. Buren. Bekenden.

Vrouwen zoals zij.


Die ook hun dagen vullen met alles wat gevraagd wordt.

Die ook ’s avonds soms naar een punt in de verte staren.

Die ook in zichzelf fluisteren, maar het nooit hardop zeggen.


Ze vroeg zich af of zij dit ook kenden.

Dit gevoel van daarna.


Die zachte ruimte na een moment van volledige aanwezigheid bij jezelf.


Ze hoopte het.

Ze hoopte het voor hen allemaal.



De dag was rustig.

Ze deed gewone dingen.

Boodschappen. Een wandeling. Een boek dat ze al weken wilde lezen.


Maar alles voelde iets anders aan.

Lichter.


Alsof ze iets had neergelegd wat ze zo lang had meegedragen dat ze vergeten was dat het er was.


Bij de bakker glimlachte ze naar de man achter de toonbank.

En hij glimlachte terug.


Ze liep naar buiten met haar brood onder haar arm en dacht: “Zo simpel kan het zijn.



’s Avonds stak ze opnieuw de kaars aan.

Een bewuste keuze nu.

Niet zomaar uit gewoonte.


Ze ging zitten en liet de stilte komen.

Maar deze stilte voelde anders dan vroeger.

Vroeger was stilte leeg.


Iets wat ze vulde met zorgen en lijstjes en oude gedachten.


Nu was stilte vol.

Vol van wat ze nu wist over zichzelf.

Vol van wat nog komen mocht.


Ze schreef niets op.

Vertelde het aan niemand.

Het was van haar alleen.


Een geheim dat geen woorden nodig had.

Dat leefde in de manier waarop ze zat.

In de manier waarop ze ademde.


In de glimlach die soms zomaar verscheen, zonder aanleiding.


Ik hoef dit niet te delen om het echt te laten zijn,” dacht ze. En dat voelde als een nieuw soort vrijheid.


Voor het slapengaan stond ze even voor het raam.

De straat donker en stil.

Ergens in de verte een licht.


Ze legde haar hand plat op het koele glas.

Voelde het verschil.

Buiten koud. Binnen warm.


En zij, precies in het midden.

Aanwezig aan beide kanten van zichzelf.


Ze sloot het gordijn en liep naar bed.

En voor ze haar ogen sloot dacht ze aan morgen.


Zonder verwachting of angst.


Alleen met een zachte nieuwsgierigheid.

“Wat brengt het?”


En ergens, heel diep, wist ze al het antwoord.

Niet wat. Maar hoe het zou voelen.


Goed.

Anders.

Van haar.


Ze sloot haar ogen.

En de nacht hield haar zachtjes vast.​​​​​​​​​​​​​​​​



Mede mogelijk gemaakt door 't Jamhuys