FLUISTERINGEN - Verborgen gedachtes


Afl. 8 - Zij


Er was een tijd dat ze zichzelf niet kende.

Niet echt.


Ze kende haar rol. Haar gewoontes. Haar gezicht in de spiegel op een gewone ochtend.


Maar de vrouw daarachter…

Die was vaag. Onscherp.


Iemand die ze steeds voor zich uitschoof.

“Later,” had ze altijd gezegd.


“Als de kinderen groter zijn. Als het rustiger wordt. Als ik meer tijd heb.”


Later.

Altijd later.


Maar later is nu.

En nu zit ze hier.


Met een kop thee die langzaam afkoelt.

Met het ochtendlicht dat de kamer vult.


Met een stilte die niet langer leeg aanvoelt.

Ze zit en ze weet.

Niet alles. Nog lang niet alles.

Maar voor nu genoeg.


Ze denkt aan de afgelopen weken.

Aan het raam waar ze voor stond in het donker.

Aan de muziek die iets in haar losweekte.


Aan de spiegel waar ze zichzelf voor het eerst echt aankeek.

Aan de kaars. Aan het bad. Aan haar eigen vingertoppen op haar pols.


Aan die ene avond.

Die avond van daarna.

Ze glimlacht dankbaar.


Ze is niet veranderd. Dat is het vreemde.

Van buiten is alles hetzelfde.

Hetzelfde huis. Dezelfde ochtend. Hetzelfde leven dat verder gaat.


Maar van binnen…

Van binnen heeft ze ruimte gemaakt.


Voor iets wat altijd al van haar was maar nooit de kans had gekregen.


Een verlangen.

Een nieuwsgierigheid.


Een zachte, koppige wil om zichzelf te kennen.

Echt te kennen.


Ze staat op en loopt naar de spiegel.

Kijkt.


En voor het eerst ziet ze niet wat er ontbreekt.

Maar ze ziet wat er is.


Een vrouw met een geschiedenis die haar heeft gevormd.

Met littekens die haar hebben geleerd.

Met ogen die nu anders kijken dan een maand geleden.


Opener.

Zachter.

Nieuwsgieriger.


Jij,” zegt ze zachtjes.

Ik ben blij dat ik je heb gevonden.”


Ze weet dat dit nog maar het begin is.

Er zijn nog zoveel kamers in zichzelf die ze niet heeft betreden.


Deuren die ze nog niet heeft aangeraakt.

Gedachten die nog wachten op toestemming.


En dat voelt niet zwaar.

Het voelt als een belofte.

Aan zichzelf.


Er is nog zoveel te ontdekken.

In dit lichaam. In deze stille kamers van zichzelf.


In de warmte die ze nu weet op te wekken met een gedachte.

In het verlangen dat niet langer weggedrukt hoeft te worden.

In de vrouw die ze is, en die ze nog wordt.


Ze pakt haar jas.

Loopt naar buiten.


De lucht is fris. De wereld wakker.

En zij beweegt door de straat met iets wat ze lang niet heeft gevoeld.


Een lichte trots.

Een zachte aanwezigheid in zichzelf.

Alsof ze voor het eerst in jaren volledig in haar eigen lichaam woont.


Ergens onderweg blijft ze even staan.

Kijkt omhoog naar de lucht. Ademt in.


En denkt aan niets bijzonders.

Alleen dit:


Ik ben haar.”

Die vrouw waarvan ik altijd dacht dat ze ergens anders woonde, in een ander leven, in een ander lichaam…”

Ze woont hier. In mij

Ze was er altijd al.


Ze loopt verder.

De stad om haar heen.

Het leven dat doorgaat.


Maar zij…

Zij draagt nu iets met zich mee.

Zacht en onzichtbaar voor de buitenwereld.


Maar voelbaar.

Levend. Van haar alleen.


En ergens, heel diep, fluistert een stem.

Niet met vragen deze keer.

Maar met een belofte.


We zijn nog niet klaar,” zegt ze.

We zijn nog maar net begonnen.”


Mede mogelijk gemaakt door 't Jamhuys